Column MEE

Annemiek en Chanda

Van 2005 tot 2016 schreef Annemiek columns voor diverse nieuwsbrieven en tijdschriften van MEE. Hieronder een greep uit deze columns.

Annemiek en ChandaMeer dan 10 jaar zijn we samen geweest. We hebben fantastische tijden gekend waarin we onafscheidelijk waren. Overdag ging ik naar je toe en ’s avonds nam ik je in gedachten weer MEE naar huis. Waar ik ging, jij ging MEE en je werkte MEE. Maar we hebben niet alleen samen hard gewerkt, jij grapte MEE en jij lachte MEE.

Na vijf jaar kwam er een slechtere tijd. Ik kon niet meer met je MEE komen en uiteindelijk – vanwege oververmoeidheid – veerde ik niet meer MEE. We zijn een tijdje uit elkaar geweest. Ik zat op z’n zachts gezegd niet lekker in mijn vel en ik moest vanwege mijn slechtziendheid naar naar een revalidatiecentrum. Jij verloor mijn aandacht, maar je klaagde niet. Je steunde me wanneer ik het nodig. Je leefde MEE en je huilde MEE als ik het nodig had. En je was er weer voor me toen ik de draad weer kon oppakken. Jij dacht MEE, maar helaas was ik niet meer in staat om een volwaardige relatie met je aan te gaan. Ook dat vond je geen probleem. Jij was er voor mij. Ik mocht aandacht aan jou besteden wanneer het mij uitkwam, zonder druk en zonder prestatieafspraken. Ook toen werkte jij weer MEE. Onze LAT-relatie beviel mij wel. Jij was daar, en ik was thuis, maar al die jaren toch onlosmakelijk met elkaar verbonden. We zagen elkaar op gezette tijden en de nieuwe media maakte het voor ons mogelijk om nauwe banden met elkaar te onderhouden.

Toch veranderde er veel de afgelopen jaren. Jij ging jouw weg en alle omstandigheden veranderden. Ik besteedde mijn tijd ook aan anderen. Mijn ‘kinderen’ werden geboren – +23 en Expeditie Ribbelroute – en ik kreeg mijn allerbeste vriendin. Harig en niet geheel geurloos, maar zij – mijn lieve geleidehond Chanda – werd de liefde van mijn leven

Ondanks het wederzijds respect, de wederzijdse steun en ontzettend veel dankbaarheid is het nu – raar maar waar – tijd om er definitief een punt achter te zetten.

Blijf je goede werk voortzetten. Help anderen zoals je mij al die jaren hebt geholpen. Laat je niet op je kop zitten, laat je zeker niet uitkleden en strijd voor waar jij in gelooft. Je bent uitgegroeid tot een prachtig wezen, vol, kracht, deskundigheid en medeleven! Wees trots en strijd verder!

MEE, ik zal je missen.

Liefs Annemiek

Per 1 januari 2016 stop ik met mijn werkzaamheden voor MEE. Ik wil al mijn (oud)collega’s en relaties hartelijk bedanken voor een fijne samenwerking, maar ook voor de fantastische steun die ik uit vele hoeken kreeg tijdens mijn revalidatietraject! 

Annemiek en Chanda‘Woef!’

Ik schiet wakker. Het is vroeg in de ochtend, maar ik besef snel dat dit een noodoproep van mijn geleidehond Chanda is. Ik spring mijn bed uit, ren naar beneden en doe snel de achterdeur open. Chanda rent de tuin in en doet dingen waarvan zij – en vooral ik – niet wil dat ze binnen gebeuren. Ik heb mijn lens niet in, dus ik zie niet wat ze doet, maar het is duidelijk: Chanda is ziek. En dat constateer ik ook als ik met mijn blote voet in iets sta waarvan ik niet kan achterhalen of het er bij haar van achter of van voren is uitgekomen. Getver! Ik maak mijn voet schoon en probeer een groot gedeelte van de vloer te dweilen. Die geur trekt echter niet weg. Waar ligt het in godsnaam nog meer? Mijn vriend ligt boven nog in diepe slaap, maar ik heb hem toch echt nodig om te assisteren bij het schoonmaken. Zonder morren komt hij zijn bed uit en helpt me een handje. Chanda sjokt naar binnen en ploft in haar mand. Ze loopt sloom en wil niet eten. Ik aai haar … tot mijn schrik voel ik een hele opgezette buik. Ik schiet in de paniek. ‘Chanda heeft een maagomdraaiing!’ gil ik!

Bij een maagomdraaiing draait de maag letterlijk om in de borstkas waardoor de toevoer en de afvoer wordt afgekneld. Door de gasvorming in haar maag zet haar maag enorm op en veel honden overlijden hieraan.

‘We moeten NU naar de dierenarts!’

Ik zoek het nummer op op mijn nieuwe iPhone, maar hij wil niet bellen! Omdat ik hele grote letters heb ingesteld kan ik het volledige nummer ook niet zien zodat mijn vriend het nummer niet kan overnemen en kan bellen op zijn eigen telefoon.

Ik roep tegen hem dat hij de auto moet gaan halen en ik ren naar de buurvrouw die mij snel helpt met haar eigen telefoon. Achteraf blijkt dat ik mijn nieuwe simkaart nog niet geactiveerd had, maar mijn buurvrouw weet het nummer te achterhalen zodat ik kan bellen.

Ondertussen sleep ik Chanda de auto in en rijden we als een gek naar de dierenarts.

‘Het is mijn geleidehond, ik kan niet zonder haar! U moet haar helpen!’

Chanda hijgt, ik hyperventileer.

En dan komt de dierenarts met het verlossende woord: ‘Het is geen maagomdraaiing, maar het is wel verstandig om haar maag leeg te pompen want ze zit hevig verstopt.’

Een stokje in haar mond met een slang die in haar slokdarm wordt gepropt laat mijn brave zachte geleidehond veranderen in een prehistorische wolf met slagtanden en een stevige vechtlust. Zonder mijn vriend had ik haar nooit in bedwang kunnen houden. Een kwartier lang komt er van alles uit die slang waar ik – als ik er nu aan terugdenk – weer van moet kokhalzen.

Nadat alle narigheid uit haar verwijderd is, kijkt ze weer blij en wil ze meteen een koekje. En dat mag nu weer net niet. De oorzaak is onduidelijk en de dagen die er op volgen moet ik haar streng in de gaten houden. Hmmm, dat ‘streng in de gaten houden’ wordt voor mij een beetje lastig aangezien mijn vriend echt naar zijn werk moet en ik het niet kan zien.

Zelf voel ik het wel als ze een dikke buik krijgt. Maar of haar ogen dof zijn of als ze pijn heeft, dat zie ik niet. En of ik ook haar ontlasting wil bekijken. Tja … daar moet ik creatief in zijn. Ik maak een foto, maar die blijkt achteraf wazig. Dus vraag ik aan een wildvreemde: ‘Mag ik u misschien iets vies vragen?’ Wat mij op zich best een kaakstoot had kunnen opleveren, maar in dit geval werd ik vriendelijk te woord gestaan. ‘Wilt u misschien even naar de poep van mijn hond kijken?’ Ze bukt, bestudeerd en meldt: ‘Het heeft een vaste vorm en het ziet er licht bruin uit, maar er zit geen bloed bij.’ Ik dank haar hartelijk en meld dit aan de dierenarts waar ik die avond – ook weer onder begeleiding van een vriendin – naar toe gereden word. De dierenarts checkt haar helemaal, maar ze kunnen niets vinden. Ik moet haar blijven monitoren en als ze verslechtert moet ik weer terug komen. De volgende dagen vraag ik mijn ouders of ze geregeld willen langskomen om Chanda te controleren. Ook mijn hulp in de huishouding vat de geur – die er na mijn dweilwerk – ook de volgende dag nog hing – goed op.

Dat ik Chanda misschien zou kunnen verliezen was de schrik van mijn leven. Ik kan niet zonder mijn geleidehond en in dit soort situaties kan ik blijkbaar ook echt niet zonder geleidevrienden, geleideouders, een geleidebuurvrouw, een geleidehulp in de huishouding en zelfs niet zonder een geleidevreemde.

Annemiek
Foto: Wim van der Vlugt
Make-up: Esther Roording

Op 19 maart waren de verkiezingen. Welke? Oh ja, voor de Provinciale Staten. En wat doen zij ook alweer? De provincie besturen, en belangrijker nog: zij kiezen de Eerste Kamer en die controleren op hun beurt de Tweede Kamer. Je ziet, voor staatsinrichting kreeg ik vroeger al een mager zesje, maar de essentie heb ik te pakken.

Om mijn sociale politieke voorkeur iets te nuanceren vul ik vooraf de stemwijzer in die speciaal gericht is op Noord-Holland. Gaandeweg het invullen bekruipt mij het gevoel dat ik qua kennis toch een beetje achterloop terwijl ik op de meeste vragen een onderbouwd antwoord wil kunnen geven. Vragen als: ‘Er moeten meer belbussen komen om kleine dorpen bereikbaar te maken’ kan ik vanuit egoïstisch standpunt met volmondig ‘eens’ beantwoorden. Hetzelfde geldt voor ‘De provincie moet bibliotheken in kleine gemeenten steunen’. Daar ben ik als schrijver uiteraard voor. Maar bij vragen als: ‘De provincie mag niet meebetalen aan een nieuwe zeesluis bij IJmuiden’ kijk ik of ik water zie branden. Waar gaat dit over? Moet er dan een nieuwe zeesluis komen? Hoezo? Waarom? En op de vraag of ‘De Duinpolderweg mag niet worden aangelegd’ zou ik ook geen zinnig antwoord kunnen geven. Waar moet die Duinpolderweg überhaupt komen te liggen?! Geen idee waar dit over gaat, maar de moed zakt me helemaal in de schoenen als ik bedenk dat een gedegen antwoord op deze en gelijksoortige vragen op z’n minst een avondje Googlen van mij vergt. Gelukkig hebben we de button ‘Geen van beide’ voor lafaards zoals ik en die gebruik ik dan ook meer dan mij lief is. Bij de laatste vraag willen ze weten of ik alle partijen in mijn stemadvies wil meenemen. Ik bekijk het overzicht. Het rijtje wordt opgeleukt met partijen als Hart voor Holland (iets doet mij denken aan SBS6), de Vrouwen Partij (een Opzij-gevoel boert op, vrouwen met kort grijs haar en een te robuust montuur doemen op) en de Piratenpartij. Wat ik me daarbij moet indenken heb ik geen enkel benul. Maar ik laat me wederom niet leiden door mijn onwetendheid en vink ze allemaal aan. Na 29 voor mij vrij vage vragen te hebben beantwoord, krijg ik een nog vager antwoord. Het oordeel luidt: de Vrouwen Partij. Slik.

De dag des oordeels breekt aan. Eenmaal in het stemhokje – waar ik ook nog eens met twee machtigingen van mijn ouders sta te klungelen – valt er voor mij weinig te stemmen. De kieslijst is voor mij onleesbaar. ‘Of ik een loepje nodig had,’ vroeg de stemdame me beleeft. ‘Nee, mevrouw, dat stadium ben ik al voorbij. Wilt u mij misschien even helpen in het hokje.’

‘Dat mag eigenlijk niet, hè?’

‘Dat begrijp ik, maar mijn geleidehond is er niet voor opgeleid om papieren met minuscuul kleine letters voor mij in te vullen. Dus ik zie geen andere mogelijkheid.’

‘Tja, het moet dan maar.’

Gelukkig meld ik mijn politieke voorkeur schaamteloos als anderen er om vragen, dus ik had er geen enkele moeite mee om te zeggen dat ik SP wilde stemmen. Dat mijn stemadvies van stemwijzer de Vrouwen Partij aanwees als meest geschikte partij, liet ik toch maar achterwege. De vrouw kruist het gewenste hokje aan. Tenminste, dat hoop ik maar. Ze zal toch niet stiekem toch een kruisje bij de Vrouwen Partij gezet hebben? Bij nader inzien had ze inderdaad wel een heel groot montuur en verdacht kort haar…

Over twee jaar mogen we weer naar de stembus. De Vrouwen Partij is bij de Tweede Kamerverkiezingen dan niet meer van de partij, en wie weet is er eindelijk een oplossing gekomen zodat alle blinden en slechtzienden gewoon zelfstandig kunnen stemmen.

Running blind, juni 2014 Nieuwsbrief MEE Noordwest-Holland

In deze editie van de nieuwsbrief van MEE Noordwest-Holland wordt veel aandacht besteed aan hardlopen voor en met blinden en slechtzienden. Laat ik nu ook slechtziend zijn en hardlopen! Over ‘hard’ zijn de meningen verdeeld, maar snelwandelen wil ik het ook niet meer noemen. Onder begeleiding moet het in ieder geval wel.In diverse regio’s door het hele land ontstaan clubs onder de vlag ‘Running blind’. Dit zijn groepen blinden en slechtzienden die samen met buddy’s hardlopen. Op zich is dat een heel goed initiatief. Een blinde of slechtziende loopt (al dan niet verbonden via een touwtje) naast of achter een buddy die hem begeleidt. Deze buddy’s maken zo een sport mogelijk die zelfstandig niet te beoefenen is voor blinden en slechtzienden. Helaas zitten die clubs voornamelijk in de grote steden en moet je daarvoor wel weer een ‘mobiliteitshobbeltje’ over. Met de bus of trein reizen om je daarna in het zweet te werken; dat werkt voor mij niet. En bovendien is er nog zoveel mogelijk op een reguliere manier. Bij de lokale atletiekvereniging zijn ongetwijfeld mensen die willen ondersteunen of kijk eens rond in je vriendenkring. En als je echt lef hebt, spreek je een wildvreemde hardloper aan met de vraag of hij/zij je eens op sleeptouw wil nemen. ‘Nee’ heb je, ‘ja’ kun je krijgen!Sinds twee jaar loop ik hard met een vriendin. Ik loop achter haar aan en zij waarschuwt voor auto’s, fietsers of een koeienvlaai. Tja, hardlopen over de weggetjes tussen de weilanden heeft zo z’n charme, maar die wil je liever niet uit je profielzolen van je hardloopschoenen peuteren. Het is een perfecte oplossing, zonder tussenkomst van een speciale club. En de honden rennen gewoon mee!Dus ik wil iedereen aansporen om niet alleen te sporten via aangepaste sportclubs, maar ook eens rond te kijken (mooie woordspeling als we het over blinden en slechtzienden hebben) in je directe omgeving. Sporten kan echt altijd en overal en met zoveel verschillende welwillende hardloopfanaten die je misschien niet willen voortduwen, maar allicht willen begeleiden.Maar, Running blind? Ik lijk eigenlijk wel gek. Bij nader inzien kan ik toch zoveel andere activiteiten verzinnen die veel leuker zijn: partying blind, eating blind, drinking blind, relaxing blind; alleen, met vrienden of in clubverband! Dat maakt niet uit, als het maar vaak en veel gebeurt!

Onbeperkt studeren, nu wel …, juni 2014 Nieuwsbrief MEE Noordwest-HollandAnnemiek

Als je mij vraagt of ik ergens in mijn leven spijt van heb, dan heb ik daar maar een antwoord op. ‘Van mijn studietijd’. Ik heb zes jaar gestudeerd aan … tja, welke onderwijsinstelling eigenlijk niet? Ik worstelde zo met mijn studiekeuze. Na de mavo gingen mijn vriendinnen naar de kappersschool. Omdat ik dacht dat mijn klanten wel erg gehecht zouden zijn aan hun oren heb ik als slechtziende maar nooit de schaar ter hand genomen. Geen idee wat ik wilde, maar ik kon mijn keuze nog uitstellen. Ik ging naar de havo en uit pure nood ook maar naar het vwo. Maar toen moest ik toch echt kiezen.

Rechten, dat leek mij ivm handicap de beste optie. Maar dat hield ik geen maand vol, wat is die studie saai! Economie dan maar? Die wiskunde daar zou ik vast over struikelen … Bovendien voelde ik me een verloren ziel; weinig college’s, veel zelfstudie en weinig aansluiting met andere studenten. Misschien was de Hogeschool toch een betere optie? Meer klassikaal les, meer contacten met mede studenten … Op naar de HES. Maar economie kon mij nog steeds niet interesseren … Communicatie op HBO niveau dan maar. In Utrecht nota bene. Studeren was al een obstakel en eigenlijk wilde ik ook niet op kamers … Ondanks dat de studie wel leuk was, bleek ik het studietempo niet bij te kunnen benen. Toch maar weer terug naar de universiteit voor communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Leuke studie, maar de nadelen van de universiteit moest ik op de koop toenemen. En nog zoveel meer …

Docenten die vroegen of ik geen bril op kon zetten als ik uitlegde dat ik slechtziend was … Urenlang mijn eigen lesmateriaal op A3-formaat kopiëren … Tentamens die niet op tijd vergroot waren … Docenten die keer op keer de sheets vergaten te vergroten zodat ik de les niet kon volgen … totdat ik briesend aan het bureau van de directeur stond, waarna er vervolgens erg weinig veranderde. Een slechtziende student, daar hadden ze nooit eerder mee te maken gehad.

Deze marteling heb ik zes jaar volgehouden totdat ik uiteindelijk afstudeerde. Doctorandus, dat ben ik, maar het is dat leed nooit waard geweest. Op een regenachtige middag haalde ik getergd mijn bul op. Geen sjieke buluitreiking, geen feest. Wel opluchting, dat deze lijdensweg eindelijk voorbij was.

Met gemengde gevoelens las ik dan ook het berichtje in onze laatste nieuwsbrief van het nieuwe bureau ‘Onbeperkt Studeren’. Via ‘Onbeperkt Studeren’ begeleidt Linda van Nieuwenhuijsen (aankomend) studenten met een beperking bij hun studiekeuze en tijdens het vervolgen van hun studie. Dat is natuurlijk een fantastisch initiatief! Niet meer zelf het wiel hoeven uitvinden, er niet alleen voor staan, iemand die je steunt en helpt … ‘Onbeperkt Studeren’ lijkt mij echt een uitkomst voor iedere (aankomend) student die met dappere stappen zijn schoolcarrière doorploegt! Was dit er twintig jaar geleden maar geweest …

Andermans boeken ziAnnemiek en Chandajn soms duister te lezen, maar ik ben voor de Doe Mee!-lezers altijd een open boek geweest. De laatste twee jaar heb ik een boekje open gedaan over mijn belevenissen. Hoe ik dat toch allemaal doe met vakanties, uitgaan, mijn schrijfsels en mijn geleidehond Chanda. Volgens sommigen ging ik mijn boekje ook af en toe te buiten. In een van mijn columns gaf ik aan dat ik – als iemand met een handicap zijnde – ook wel eens onhandig of ondoordacht reageerde op andere gehandicapten. Maar in al mijn columns spreekt mijn motto boekdelen. Pluk de dag en haal eruit van erin zit!

Met deze insteek heb ik jaren columns geschreven voor Doe Mee!. Ik schreef met  Doorzettingsvermogen, Openheid, Eerlijkheid, Moed, Eigenzinnigheid en Enthousiasme. Negativiteit, klagen of afhaken kwamen niet in mijn woordenboek voor. Maar nu sluit ik sluit als columnist het boek ‘Doe Mee!’. Ik ga jullie verlaten. Lieve lezers, bedankt voor alles. Maar ik laat jullie niet achter met lege handen. Mijn belevenissen: je zou er een boek over kunnen schrijven. En laat ik dat nu gedaan hebben. Mijn nieuwste boek ‘Expeditie Ribbelroute’ staat bomvol columns en blogs waarin ik ook weer mooi te boek sta. Dus ik nodig ik jullie uit om lekker met je neus de boeken in te duiken. Bij voorkeur in die van mij dan hè…

HandicapDoeMeeJunis verenigen. Mensen met een beperking voelen vaak een band met lotgenoten; een gevoel van vertrouwen en respect. Er is vaak meteen een klik. Ongeacht de aard van je handicap; je hoort bij dé club. Alsof we allemaal postzegels verzamelen.Als ik tijdens een dagje skiën bij SnowWorld – ja, als echte fanatiekeling ski ik ook in de zomer – naast een zitskiër in de lift zit, kan ik het niet laten om over onze handicaps te beginnen. “Hoe doe jij dat nou? Skiën zonder benen?”Clublid of niet, niet iedereen zit op een praatje over handicaps te wachten. Later op die dag zit ik in de trein tegenover een vrouw die eerst een ‘interesse’-vraag stelt over mijn handicap, gevolgd door een poging om te zoeken naar de klik. Maar ze misbruikt haar lidmaatschap – onze vertrouwensband – en maakt van mij een afvalemmer waarin zij haar leed kan storten. Mevrouw vertelt dat haar onderbeen is afgezet. Eerder heeft ze al een kind verloren en haar man wordt ook hulpbehoevend. Ik hum en knik. Handicaps verenigen, maar hier is sprake van een klik van het foute soort! Waar kan ik mijn lidmaatschap van onze club opzeggen?Maar dan denk ik terug aan de zitskiër, zat hij wel op mijn vragen te wachten? Mocht de club een lid missen, dan is hij het wellicht… Vanwege míjn poging om te komen tot een klik.

AnnemiekHandicaps verenigen. Mensen met een beperking voelen vaak een band met lotgenoten; een gevoel van vertrouwen en respect. Er is vaak meteen een klik. Ongeacht de aard van je handicap; je hoort bij dé club. Alsof we allemaal postzegels verzamelen.

Als ik tijdens een dagje skiën bij SnowWorld – ja, als echte fanatiekeling ski ik ook in de zomer – naast een zitskiër in de lift zit, kan ik het niet laten om over onze handicaps te beginnen. “Hoe doe jij dat nou? Skiën zonder benen?”

Clublid of niet, niet iedereen zit op een praatje over handicaps te wachten. Later op die dag zit ik in de trein tegenover een vrouw die eerst een ‘interesse’-vraag stelt over mijn handicap, gevolgd door een poging om te zoeken naar de klik. Maar ze misbruikt haar lidmaatschap – onze vertrouwensband – en maakt van mij een afvalemmer waarin zij haar leed kan storten. Mevrouw vertelt dat haar onderbeen is afgezet. Eerder heeft ze al een kind verloren en haar man wordt ook hulpbehoevend. Ik hum en knik. Handicaps verenigen, maar hier is sprake van een klik van het foute soort!

Waar kan ik mijn lidmaatschap van onze club opzeggen?Maar dan denk ik terug aan de zitskiër, zat hij wel op mijn vragen te wachten? Mocht de club een lid missen, dan is hij het wellicht… Vanwege míjn poging om te komen tot een klik.

De nieuwe generatie hResizeImage.aspxulpmiddelen is gearriveerd. Zo heb ik tegenwoordig een iPhone. Lompe Daisyspelers met grote knoppen, opzichtige handloepen… die tijd is voorbij. Apple heeft standaard vergrotings- en spraaksoftware op haar producten. Geen gedoe met verzekeringen, je koopt hem – wel voor een flinke duit – gewoon in de winkel. Ik kan nu overal via spraak mailen, internetten en Twitteren en de apps zijn ronduit fantastisch! Via de navigatie-app kan ik overal mijn weg vinden, via de 9292OV-app weet ik welke bus eraan komt op de dichtsbijzijnde bushalte, via de Daisy-app kan ik boeken beluisteren, via de Dictation-app kan ik memo’s inspreken… en ga zo maar door!Aan de finishing touch van de apps moet nog flink gesleuteld worden. De vergroting met een vergrootglas-app is bijvoorbeeld nog wazig, maar de huidige mogelijkheden schappen hoge verwachtingen. Wat kunnen die gadgets over enkele jaren? Via een ingebouwde sensor slechtzienden obstakels laten vermijden? Producten scannen en voorlezen? Met een ultranauwkeurige navigatie de deur van een winkel wijzen of een brievenbus opzoeken?Die moderne speeltjes kunnen veel, maar niet alles. De iPhone stelt mij niet gerust als ik angstig ben in de drukke spits. De iPhone geeft mij geen een veilig gevoel als ik door Amsterdam wandel. De iPhone geeft mij geen vriendschap en liefde. Mijn geleidehond Chanda wel! Zij blijft onmisbaar, daar kan gelukkig geen apparaatje tegenop!

 AnnemiekIn het eerste nummer van Doe mee! noemt actrice Annette Barlo haar broer mongool. Ik dacht niet ‘oh’ of ‘ah’, maar:geweldig! Ze respecteert hem, dus wat maakt het dan uit hoe ze hem noemt?De sociaal wenselijke term voor de handicap is een beperking. Hoewel ik mijn beperking elke dag beleef, voel ik me niet anders dan anderen. Iedereen moet omgaan met grenzen en onbereikbare doelen. Of het nu gaat om de buschauffeur die de capaciteiten ontbeert om manager te worden of de vriendin die nooit de ware liefde vindt. Mijn beperkingen zijn van een andere aard, maar het principe is hetzelfde. Waarom is de term ‘beperking’ in het geval van een handicap dan zo beladen?De allernieuwste politiek correcte term is ‘mensen met mogelijkheden’. Inderdaad, mijn slechtziendheid gaf me de mogelijkheid om mezelf te leren kennen en om uiteindelijk daadwerkelijk gelukkig te worden. Maar ‘mogelijkheden’ in deze context associeer ik toch meer met: ‘wat schildert ze toch leuk…’Nee, ik refereer niet aan mezelf als iemand met beperkingen of mogelijkheden. Hoe ik mezelf wel noem? ‘Bijna blind’ als ik de treinconducteur opbiecht dat ik geen kaartje heb gekocht; ‘Soepoog’ tijdens een dolletje met lotgenoten; ‘VIP – oftewel Visually Impaired Person’ – als ik met een modewoord over mezelf Twitter of ‘Visueel gehandicapt’ als ik een WMO-voorziening lospeuter. Hoe jullie mij mogen noemen? Dat maakt me helemaal niets uit!

Meedoen, dat wil toch iedereen? Knikkeren met buurtkinderen, MSN-en met klasgenoten, naar het theater met je oma of zelfs twitteren over een ontstoken verstandskies tegen wildvreemden!Wat we ook kiezen, we doen het liefst mee met anderen. Ik dus ook. Maar als VIP – visually impaired person, oftewel een persoon die heel slecht ziet – verloopt dit vaak net even anders!Onlangs ben ik bijvoorbeeld met vrienden op vakantie naar Suriname geweest. Met vier mede slechtzienden verkenden we zonder taststok of geleidehond de binnenstad van Paramaribo, arm in arm, voetje voor voetje. Doodmoe aangekomen op een terrasje plaatste ik mijn bestelling niet bij de ober maar bij een willekeurige bezoeker en zag ik een asbak aan voor een schaaltje borrelnoten. Maar wat maken die blunders uit? Wij genoten van Suriname!Of het nu gaat om vakantie, uitgaan, sporten, of om mijn grootste passie schrijven; ik doe mee. Zoals u ziet doe zelfs mee met Doe mee! En ja, als columnist produceer ik mijn overdenkingen op geheel eigen wijze. Via mijn trouwe assistente Claire – de stem van mijn spraaksoftware op de computer – verwerk ik mijn schrijfsels tot wat u nu onder ogen krijgt. En de onderwerpen?Ik schrijf over alles waar ik aan mee doe!Meedoen, ieder doet het op zijn eigen manier. Ik doe het met Durf, Openheid, Eerlijkheid, Moed, Eigenzinnigheid en Enthousiasme! U ook?

Column 4: Hoera, het is een meisje (MEE Magazine september 2010)

Poes Kees en iAnnemiek en Chandak verwelkomen het nieuwste lid van ons gezin:
Chanda!
Op 17 mei 2010 is ze onze wereld binnengekomen.
Gewicht: 29100 gram
Lengte 110 cm

Oké, oké, het is wat overdreven om je hond te beschrijven als kind, maar de viervoeter in kwestie is niet zomaar een hond: het is mijn nieuwe geleidehond Chanda. Het is natuurlijk een hulpmiddel, vermomd als huisdier, maar met beide omschrijvingen kan ik niet echt uit de voeten. Chanda is niet te vergelijken met de gemiddelde vuilnisbak van Jan in de straat of met mijn overige hulpmiddelen. Die verharen, blaffen en winden doorgaans toch echt niet. Onze relatie is vergelijkbaar met die tussen mensen. Maar hoewel ik mijn witte slanke vriend – mijn taststok – voor Chanda aan de kant gezet heb, wil ik mijn pluizenbol ook niet bestempelen als mijn partner. Hooguit mijn partner in crime. Ze is getraind om onder andere de bus, de deur en de balie te zoeken. Dit doet ze dan ook uitstekend, want ze heeft niet geleerd achter in de rij aan te sluiten. Naast voordringen houdt ze ook van stelen, voornamelijk speeltjes van andere honden en per ongeluk wel eens van een kindje…
Maar goed, de benamingen daargelaten, Chanda is de nieuwste telg van het Van Munsterteam. We hebben lang op haar moeten wachten, maar na een jaar was het in mei eindelijk zover. Vooraf had ik enkele voorkeuren doorgegeven aan de hand waarvan de geleidehondenschool een zorgvuldige match maakt tussen hond en baas. De aanbieding voor mij: Chanda, een reusachtige halflangharige Duitse herder. Met haar zeiloren, haar kwispelstaart en een grote roze lap uit haar hijgende bek pakte ze me meteen in. Ik was verkocht. Maar zoals ook bij kinderen is ‘opvoeden’ het sleutelwoord. Natuurlijk mag je ze verwennen, maar ze moeten wel naar je luisteren want jij bent de baas.Dus ik zou als consequente strenge tante die herder wel even vertellen wat ze moest doen. ‘Af’, het commando voor liggen, leverde mij een poot en een vragend schuin koppie op. Ik smolt en aaide haar direct. De trainer corrigeerde mij meteen: ‘Af is af, geen poot en geen chanterende blik. Zo probeert ze onder je gezag uit de komen’. Ik wend mijn hoofd af, zeg resoluut ‘Af’ en hoor haar zuchtend en steunend onderuit glijden. Dit kan nog wel eens lastig worden.Geleidehonden zijn hoogst intelligent en goed getraind. Ze kunnen volledig naar je luisteren. Let wel, dat kán. Of ze het willen, is weer iets heel anders. Tijdens onze eerste trainingsdagen doet ze nog wat ik vraag; op het commando ‘Links’ gaat ze linksaf. ‘Rechts’ betekent doorgaans rechts, behalve als ze het uitlaatveldje of de dierenwinkel in de smiezen krijgt. Geen ‘Ach wat schattig, hier wil ze heen’, maar ‘Foei, rechts’, totdat ze het doet. Pffff, voor wie is dit hard werken?Na een paar weken gaat het trainen steeds beter. Elke dag oefen ik met haar, in tuig, maar ook als ze uitgelaten wordt. Te allen tijde moet ze naar mij luisteren en daar moet je veel voor trainen. Maar als roedeldier accepteert zij mij nu eindelijk als leider. Inmiddels is Chanda helemaal gewend in huize Van Munster. Poes Kees had een iets langere gewenningstijd nodig, maar na haar nagels twee keer vakkundig in Chanda’s neus te hebben geplant, trekt ze nu aardig bij.Een leven zonder Chanda kan ik me niet meer voorstellen; het is alsof ze er altijd al geweest is. Het maakt me ook niet zoveel uit welke status – hulpmiddel, kind, partner, roedeldier of wat dan ook – mijn nieuwe maatje heeft. Nadat Chanda mij midden in de nacht tijdens een noodweer met onweersbuien een blank staand Amsterdam Centraal Station over leidde naar een veilige stationshal, kan ik haar alleen nog omschrijven als: mijn beschermengel. Een beschermengel die uit de wc drinkt, konijnenkeutels als snack beschouwt en ongegeneerd aan kruizen ruikt, dat wel.

Column 2: Reïntegratie (MEE Magazine maart 2010)Annemiek

Het terugkeren in het arbeidsproces begint voor mij meteen problematisch. Niet mijn hulpmiddelen of een aangepaste werkplek, maar de titel van deze column is al een groot struikelblok.Nadat ik twee jaar geleden vanwege mijn slechtziendheid uitviel als communicatiemedewerker bij MEE, heb ik een revalidatietraject gevolgd op Visio Het Loo Erf om zowel privé als in mijn werk beter om te kunnen gaan met mijn visuele handicap. Ik kreeg psychosociale ondersteuning bij de acceptatie en verwerking van mijn slechtziendheid. Maar praktisch gezien leerde ik ook meer gebruik te maken van mijn andere zintuigen. Ik kreeg nieuwe hulpmiddelen en training om deze goed te gebruiken. Omdat ik mijn slechte ogen zoveel mogelijk wil ontlasten, leerde ik ook met de computer werken via een spraakprogramma.Voordat je een spraakprogramma kunt bedienen, moet je eerst blind leren typen en Windows met toetscombinaties leren bedienen. Met het beeldscherm uit dus! Deze klus klaarde ik in een elf maanden. Afgetraind begin ik nu aan de terugkeer naar werk.Vanwege mijn slechtziendheid is volledig terugkeren in mijn oude functie niet mogelijk. Balen, maar gelukkig hoef ik niet mijn hele functie op mijn buik te schrijven. Mijn redacteurstaken kan ik namelijk wel nonvisueel via spraak vanaf mijn thuiswerkplek blijven doen. Tien vingers in de aanslag, oren op standje spits, mijn concentratie geïnspireerd door Red-bull… en schrijven maar!Dat brengt mij terug bij deze column en haar titel. Ik type netjes R met linker wijsvinger plus shift met rechterpink, e met linker middelvinger, i met rechtermiddelvinger… totdat de titel Reintegratie vermeld. Claire, zo heet mijn vergrotingsprogramma, spreekt dit netjes uit als rijntegratie… Hmmm, mijn automatische correctie in Word is uitgeschakeld en zet de puntjes dus niet zelf op de i… hoe los ik dit op? Oké, de sneltoetscombinatie Alt+139 werkt niet omdat het nummerieke gedeelte van het toetsenbord is geclaimd door mijn spraaksoftware. Maar via de taakbalk kan ik ook alles van dakjes en streepjes ‘wind mee’ en ‘wind tegen’ voorzien. De muizers onder ons klikken dan gewoon op invoegen, maar ik ga met Alt naar de taakbalk, 3x pijltje rechts tot Claire ‘Invoegen’ uitspreekt, pijltjes naar beneden totdat ik ‘Symbolen’ hoor. Enter, en joepie: een schema met 200 tekens variërend van Arabisch dialect tot prehistorische tekencombinaties… Via alle klinkers met aanhangsels beland ik uiteindelijk bij de i met trema. Alt + i intoetsen om ‘Symbool invoegen’ te activeren en tot slot op enter drukken om het dialoogvenster te sluiten. En voila, de ï wordt keurig in mijn titel geplaatst. Als ik niet had zitten dutten bij het hoofdstuk ‘Accenten’ van de basiscursus blindtypen op Het Loo Erf, had ik geweten dat Shift+“ ook een trema oplevert, maar via deze omweg is het me ook gelukt.Had ik vroeger als communicatiemedewerker een dagtaak aan het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten en poepte ik het ene persbericht na de andere folder eruit… nu houdt dit 600 woorden tellende columnpje (inclusief het nonvisuele leerproces, pauzes en software-storingen) mij tig dagen zoet.Het trage en moeizame proces baart me zorgen, kan ik zo ooit mijn oude schrijfniveau evenaren? Ik doe mijn stinkende best, maar wat blijkt? Als ik tot slot de spellingscontrole Alt+F7 over mijn schrijfsel gooi, blijft de cursor meteen achter de titel hangen. Volgens de eerste spellingssuggestie moet Reïntegratie namelijk allang met een koppelstreepje geschreven worden. Tijdens mijn revalidatieperiode zijn de nieuwe spellingsregels uit het nieuwe Groene Boekje volledig aan me voorbij gegaan. Het zijn dus niet mijn nonvisuele computervaardigheden die zorgen moeten baren, maar mijn vakinhoudelijke kennis!Dus of het nu reïntegreren, of zoals Claire het uitspreekt rijntegreren of met de juiste spelling re koppelstreepje integreren wordt… zo duurt het terugkeren in het arbeidsproces nog wel even…

Column 1: Annemiek, aangenaam (MEE Magazine december 2009)

AnnemiekNiet elke dag word je een column aangeboden in een leuk tijdschrift. Ik was dan ook superenthousiast toen ik dit plekje kreeg. Maar mijn geluksmomentje verschrompelde al snel bij de gedachte aan mijn eerste brouwsel: de kennismaking. Die eerste indruk mag je gewoon niet verpesten.

Dit wordt een lastige klus als ik denk aan hoe stuntelig ik mezelf in het verleden vaak heb voorgesteld, zoals op mijn eerste schooldag. Mijn achternaam Munster binnensmonds gemompeld bezorgde mij gedurende de rest van mijn schooltijd monsterlijke bijnamen. Ook in mijn volwassen leven rustte er een vloek op die belangrijke eerste contacten. Verregend op een sollicitatiegesprek aankomen, om er na afloop achter te komen dat je mascara zo mooi opgedroogd is… op je wang. De lijst is ellenlang en dan laat ik de standaardblunders als struikelen bij binnenkomst nog buiten beschouwing.Als je denkt dat een eerste kennismaking op papier dan misschien beter verloopt, zoals bij dit artikel misschien het geval zou kunnen zijn, dan heb je het mis. Dit werd maar weer eens bevestigd door mijn inschrijving op een datingsite.Leuke mensen leren kennen via relatieplanet.nl leek zo’n goed idee. Met een verpletterende introductietekst moet je je prooi lokken naar jouw persoonlijke pagina. Hoe beschrijf je jezelf dan zodat jij eruit springt, niet als freak, net grappig genoeg en niet te bijdehand maar zonder te verzanden in een verkooppraatje voor een dertien-in-een-dozijn-doos? Na je welkomsttekst moet je nog wat verder babbelen om jezelf zo goed mogelijk in de markt te zetten. Met andere woorden, hier hoor je op te scheppen over hoe succesvol, sportief en sociaal je bent. Hmmm… ik zit in een WIA procedure op weg naar arbeidsongeschiktheid, ik heb net een jaar in een revalidatiecentrum gezeten en mijn angststoornis verstoort mijn sociale leven drastisch. Origineel zijn al deze binnenkomers wel, maar dit is toch niet de eerste indruk die ik wil achterlaten… En die handicap… wanneer gooi je die erin? Ik wil mijn slechtziendheid niet ontkennen, maar je wilt jezelf niet alleen bestempelen als ‘gehandicapte’.

Eigenlijk moet ik me niet concentreren op wat ik doe of heb, maar op de unieke eigenschappen die ik bezit. Echt doorsnee zou ik mezelf niet noemen: alle dieren die ik tegenkom groet ik hardop, je kunt me ’s nachts wakker maken voor vier gekookte eieren met een lading zout, ik ben luidruchtig en ik sta graag in het middelpunt van de belangstelling. Zucht, misschien moet ik gewoon mijn mond houden en je verwijzen naar mijn visitekaartje hiernaast?Indrukwekkende eerste indrukken, of het nu op papier, op internet of in levende lijve is, zijn een onmogelijke klus.

Met deze introductiecolumn kan ik de perfecte eerste indruk wel op mijn buik schrijven, maar mijn zoektocht naar geschikt werk, de komst van mijn geleidehond, het vervolg van mijn ambulante revalidatie bij Visio en mijn gevecht met mijn hulpmiddelen in combinatie met mijn onhandige persoonlijkheid en rare fratsen zorgen ongetwijfeld voor mooie verhalen die de komende maanden op dit plekje zullen volgen.